DNN in dialoog met Dirk van der Velde en Wendela Erbrink

24 juni 2026

In de serie ‘DNN in dialoog’ gaan we in gesprek met samenwerkingspartners. Hoe ziet de kracht van samen eruit in de praktijk? We laten professionals aan het woord.

Steeds meer regionale netwerken dementie zijn bezig met hun governance en samenwerking. In de regio Veenendaal en Gelderse Vallei leidde dat zelfs tot het samenvoegen van twee netwerken tot één nieuw dementienetwerk. DNN ging hierover in gesprek met Dirk van der Velde, manager sociaal domein bij Opella en voorzitter van het netwerk, en Wendela Erbrink, projectleider van het maatwerktraject.

Kunnen jullie jezelf kort voorstellen?

Dirk: “Ik ben manager Sociaal Domein bij zorgorganisatie Opella en kreeg de functie voorzitter van beide netwerken dementie eigenlijk in de schoot geworpen. Dementie is een thema dat mij zeer aanspreekt en raakt, dus ik vind het mooi dat ik via deze weg betrokken kan zijn.”

Wendela: “Ik ben projectleider van de maatwerktrajecten rondom gecoördineerde netwerkzorg binnen het dementienetwerk. Ik ben zelfstandig adviseur en heb ook gewerkt als netwerkcoördinator, welke ervaring ik in dit project mee kan nemen.”

Vanwaar ontstond in het netwerk de behoefte om aan de slag te gaan met het verbeteren van gecoördineerde netwerkzorg?

Wendela: “Op het gebied van casemanagement dementie liep het inhoudelijk goed in het netwerk. Maar de echte netwerkgedachte — elkaar versterken en samenwerken rondom het hele traject van ondersteuning en zorg — was wat afgebroken. Er zat minder energie in. Nog niet alle rollen en bijdragen van alle netwerkpartners waren duidelijk. Hierdoor liep het netwerk tegen grenzen aan, mede door dat er geen gezamenlijke en gedragen visie en doelstellingen waren.

Juist die verbinding is nodig om de samenwerking toekomstbestendig te maken. Daarbij speelde ook mee dat de netwerken in Veenendaal en de Gelderse Vallei sterk met elkaar verweven waren. Het zijn buurgemeenten, dus mensen kwamen elkaar in beide netwerken tegen. Er was ook één netwerkcoördinator voor allebei de netwerken. Op een gegeven moment waren in dit geval twee aparte netwerken niet efficiënt meer.”

Waar begin je in zo’n traject?

Dirk: “We begonnen dus met twee aparte netwerken met grote stuurgroepen, waarin voorheen informatie werd uitgewisseld. We hebben eerst met elkaar gekeken naar vragen als: wat is eigenlijk een netwerk en wat heb je eraan? Alleen dat gesprek zorgde er al voor dat alle netwerkpartners dachten: hier kunnen we veel meer uit halen met elkaar.”

Wendela: “Gaandeweg zijn we de bijeenkomsten gaan samenvoegen, omdat dezelfde thema’s speelden. Voorgaande overleggen waren vooral gericht op informatie-uitwisseling, terwijl er behoefte was om samen meer naar de toekomst en de gezamenlijke opgaven te kijken. Toen kwam ook al snel de vraag vanuit de groep zelf: waarom zijn we eigenlijk twee netwerken? Waarom doen we dit niet samen? Dat was niet vanaf het begin een expliciet doel, maar wel iets wat onderliggend meespeelde.”

Wat komt er allemaal bij kijken als twee netwerken fuseren tot één netwerk? Wat zijn hierbij belangrijke aandachtspunten?

Wendela: “Het ging eigenlijk heel organisch. Mensen zaten gewoon steeds vaker samen aan tafel en herkenden dat ze met dezelfde thema’s bezig waren, ook over regiogrenzen heen.

We hebben dit ook getoetst in interviews en gesprekken met stuurgroepleden. Daaruit kwam vooral: het is een goed idee, maar let wel op bepaalde randvoorwaarden. Een belangrijk aandachtspunt waren de verschillen tussen zorgverzekeraars en regio’s. Dat maakt dat je bijvoorbeeld met twee financiële stromen en verantwoordingen te maken blijft houden.

In de praktijk hebben we dat opgelost door de inhoud samen te voegen, maar de financiering en verantwoording deels gescheiden te houden. We hebben dit ook afgestemd met de zorgverzekeraars, en daar bleken geen grote belemmeringen te zitten.

Daarnaast is het belangrijk dat je duidelijke gezamenlijke afspraken maakt over hoe je werkt, zodat er voldoende uniformiteit ontstaat, bijvoorbeeld in de inzet van casemanagers en scholing. Tegelijk wil je juist de kracht behouden van samen leren en uitwisselen tussen regio’s.

Belangrijk is dus dat het niet alleen een organisatorische fusie is, maar vooral een inhoudelijke samenwerking die gedragen wordt door vertrouwen, duidelijke afspraken en ruimte om samen te leren.”

Wat is er door de maatwerktrajecten veranderd?

Wendela: “Het grootste verschil is dat er nu echt een netwerk staat waarin organisaties en mensen elkaar kennen en elkaar ook treffen. Er is veel meer samenwerking rondom gezamenlijke thema’s. Daarvoor was het veel meer los zand. Door de samenwerkingsovereenkomst is er een gedragen gezamenlijke visie. 

Concreet is de netwerkstructuur aangepast van twee grote stuurgroepen naar een model met vijf kernteams, ingedeeld in kolommen: gemeenten, welzijn, casemanagement en medisch/eerstelijn, en straks wonen met zorg. In elk kernteam zitten de relevante organisaties, en vanuit ieder kernteam zit één vertegenwoordiger in de stuurgroep.

De stuurgroep is daarmee een compacte afspiegeling van het netwerk, aangevuld met de netwerkcoördinator en de voorzitter van Alzheimer Nederland als vertegenwoordiging van de doelgroep. Besluitvorming gebeurt vooral op basis van consent, zodat draagvlak belangrijker is dan meerderheid. Daarnaast zijn er multidisciplinaire projectgroepen die dwars door de structuur heen werken aan concrete thema’s, zoals de warme overdracht van thuis naar verpleeghuis. Een project wordt pas zo genoemd als het alle kolommen raakt, een duidelijke opdracht en deadline heeft en gedragen wordt door de stuurgroep.”

Een belangrijke voorwaarde in het traject was dat het in samenspraak was met mensen met dementie en hun naasten. Hoe hebben jullie dit aangepakt?

Wendela: “We werken samen met Alzheimer Nederland, afdeling Veluwe Vallei & Grebbe. Zij zijn vanaf het begin betrokken en leveren input, onder andere via deelname aan de stuurgroep en de Alzheimer Cafés. Eerst hebben we de governance goed ingericht, daarna zijn we mensen gerichter gaan betrekken.

In samenwerking met hen richten we een klankbordgroep op van mensen met dementie en naasten, die feedback geeft op het jaarplan en de uitvoering. Het gaat vooral om praktische ervaringen met zorg en samenwerking, niet om bestuurlijke onderwerpen. Vragen zoals: hoe ervaart u de zorg, kunt u overal terecht, en werkt de samenwerking goed? De groep komt in beginsel twee keer per jaar bijeen, en is geïnspireerd op een voorbeeld uit Twente.”

Wat zijn de grootste uitdagingen geweest in dit proces?

Dirk: “De grootste uitdaging zat niet in de inhoud, maar in het meenemen van bestuurders en andere eindbeslissers die uiteindelijk moeten tekenen. In het netwerk en in de stuurgroepen zelf was veel draagvlak, maar dat landde niet altijd goed bij bestuurders. Daardoor kwamen er laat in het proces nog vragen over wat het precies betekent voor de organisatie en de financiering. Als bestuurders niet zelf goed worden meegenomen, ontstaat er alsnog een informatiekloof en discussie op het einde.

Ook was de structuur een aandachtspunt: hoe richt je stuurgroep en samenwerking in? We werken nu met een compacte stuurgroep voor de hoofdlijnen en verantwoording, en met kernteams voor de inhoudelijke samenwerking in de praktijk. Dat helpt om overzicht en duidelijkheid te houden.”

Wendela: “Daarnaast werken we inmiddels samen met zes gemeenten, maar niet elke gemeente was vanaf het begin even actief betrokken. Dat vroeg soms best wat trekken en extra contactmomenten. Gaandeweg zagen we gelukkig steeds meer betrokkenheid ontstaan.

Het hielp dat sommige gemeenten het onderwerp dementie nadrukkelijker op de agenda wilden zetten. Er waren beleidsmedewerkers die juist de kennis uit het netwerk wilden gebruiken om beleid verder vorm te geven.”

Dirk: “Uiteindelijk maken mensen het verschil. Als er enthousiaste beleidsmedewerkers zijn, helpt dat enorm. Ook het feit dat sommige gemeenten al dementievriendelijk waren, maakte de samenwerking makkelijker. Dan is er al aandacht en beweging rondom het thema.

Tot slot blijft financiering een uitdaging. We hadden een kleine contributie voorgesteld, maar daar bleek veel weerstand tegen omdat organisaties al aan meerdere netwerken bijdragen. Daarom hebben we dat voorlopig losgelaten.”

Hoe merken mensen met dementie en hun naasten in de regio de verbeteringen die zijn doorgevoerd?

Wendela: “Een belangrijk resultaat is dat gemeenten, zoals Wageningen, inmiddels investeren in ondersteuningsarrangementen voor collectieve activiteiten en nazorg. Daarmee ontstaat meer ruimte om ondersteuning te bieden in fases waarin nog geen financiering vanuit de zorgverzekeraar mogelijk is.

Daarnaast wordt er steeds beter samengewerkt tussen partijen rondom de cliënt. De netwerkcoördinator werkt lokaal aan sterke overlegstructuren, zodat casemanagers, huisartsen en andere betrokkenen elkaar sneller weten te vinden. Het doel is uiteindelijk dat mensen met dementie en hun naasten minder versnippering ervaren en niet telkens opnieuw hun verhaal hoeven te vertellen.

Ook zie je dat gemeenten steeds meer van elkaar leren en dementiebeleid nadrukkelijker oppakken. Dat moet er uiteindelijk toe leiden dat ondersteuning lokaal beter georganiseerd en beter herkenbaar wordt voor inwoners. De verbeterende samenwerking tussen de gemeenten binnen het netwerk is een van de grootste successen van dit maatwerktraject.”

Wat wil je de regionale dementienetwerken in Nederland meegeven?  

Wendela: “De maatwerktrajecten helpen echt om meer professionaliteit en versnelling in een netwerk te brengen. Je merkt dat er in de zorg altijd meer tijd nodig is dan er budget beschikbaar is, dus het is waardevol als er ondersteuning is van mensen die hier echt tijd voor kunnen maken. Mijn advies is daarom: maak vooral gebruik van die mogelijkheden.

Daarnaast zou ik zeggen: blijf investeren in fysieke bijeenkomsten. Organiseer netwerkbrede ontmoetingen en bezuinig daar niet op. Juist door elkaar regelmatig te ontmoeten, ontstaan samenwerking, nieuwe verbindingen en gezamenlijke energie. Dat is uiteindelijk de kracht van een netwerk: weten wie er actief zijn op hetzelfde thema en elkaar daarin makkelijk weten te vinden.”

 


Meer weten?
Website van het netwerk dementie: www.dementiegeldersevallei.nl
Meer informatie over het werk van Wendela: www.samenwerkenbijdementie.nl